Witlof met hesp in de oven

Ingrediënten (4 personen)

8 middelgrote aardappelen
1 klontje boter
8 stronkjes witlof
peper en zout
snufje nootmuskaat
8 plakken gekookte ham
enkele takjes peterselie

Voor de kaassaus
40 g boter
40 g bloem
700 ml halfvolle melk
peper en zout
snufje nootmuskaat
250 g gemalen kaas
enkele schilfers Parmezaanse kaas

Bereidingswijze

Verwarm de oven voor op 220 °C.

Kook de aardappelen gaar in gezouten water.

Laat een klontje boter smelten in de kookpot en voeg er water aan toe, tot ongeveer 3 cm hoogte. Leg het gewassen witlof erin en kruid met peper, zout en geraspte nootmuskaat. Laat met het deksel op de pot koken. Prik met een vork in het onderste deel van het witlof om te voelen of ze gaar zijn. Haal ze dan uit de pot en laat ze uitlekken op een vel keukenpapier. Knijp er eventueel het overtollige water uit.

Maak de kaassaus: laat de boter smelten in een pan en roer er de bloem onder. Voeg, als het mengsel begint te drogen, al roerend de helft van de melk toe. Roer goed en voeg dan de andere helft toe. Zorg ervoor dat er geen klonters meer in de saus zitten. Kruid met peper, zout en nootmuskaat en laat ongeveer een minuut koken. Voeg er vervolgens de helft van de gemalen kaas en van de Parmezaanse kaasschilfers onder.

Rol de stronkjes witlof één voor één in een plak gekookte ham. Leg ze in een ovenschotel en giet de kaassaus erover tot ze net onder staan. Strooi er dan de rest van de gemalen en Parmezaanse kaas over.

Laat de schotel 15 minuten bakken in de voorverwarmde oven tot het witlof een mooie goudbruine korst heeft. Giet ondertussen de aardappelen af. Hak enkele takjes peterselie fijn en strooi ze over de aardappelen.

Weetje

Witlof is een op en top Belgische groente. Het werd niet alleen voor het eerst in België gekweekt, jaarlijks wordt er ook gemiddeld zeven kilo witlof per persoon gegeten! Dat maakt ons wel wereldkampioenen in witlofconsumptie, maar de grootste producent van witlof is Frankrijk. Naast Frankrijk, België en Nederland komt de teelt in weinig andere landen voor.