Meng het lauwwater met de rietsuiker, instant gist en Griekse yoghurt in je mengkom. Laat dit 10 minuten staan tot het licht schuimig wordt.
Voeg de bloem en het zout toe en kneed 5 minuten tot een elastisch deeg.
Dek af en laat een eerste keer rijzen tot het deeg in volume verdubbeld is (ongeveer 45–60 minuten, afhankelijk van de temperatuur).
Meng het deeg kort opnieuw op lage snelheid (2–3 toertjes) en laat opnieuw rijzen. Herhaal dit proces in totaal 3 keer. Dit vervangt het klassieke stretchen.
Bekleed een grote ovenschaal met bakpapier en besprenkel met olijfolie.
Stort het deeg erin.
Plooi het deeg: rechts naar links, links naar rechts, onder naar boven en boven naar onder. Duw daarna zachtjes in de vorm tot in de hoekjes. Laat opnieuw rijzen tot het deeg luchtig en “jiggly” is.
Rasp de citroenzeste over het deeg. Verdeel de rozemarijnblaadjes en duw de sardientjes in stukjes in het deeg. Lepel eventueel wat olie uit het blikje erover.
Maak met je vingers typische focaccia-putjes in het deeg met nog wat olijfolie.
Bak 25 minuten in een voorverwarmde oven van 200°C. Haal de focaccia de laatste 5 minuten uit de vorm zodat de onderkant mooi krokant wordt.
Tips
- Gebruik echt lauwwater, te warm water doodt de gist.
- Hoe langer je rijstijden, hoe luchtiger je focaccia.
- De olie van de sardientjes geeft extra smaak, zeker gebruiken!
- Bewaren
In de koelkast: tot 2 dagen luchtdicht verpakt
In de diepvries: tot 1 maand - Opwarmen: 10 minuten in een oven van 180°C voor een krokante korst