Krieken-vlierbessentaart

Ingrediënten (Voor een grote taart, voor 6 personen)

Voor het gistdeeg (voor 2 taarten; de andere helft kan je invriezen)
10 g verse gist
65 ml koud water
1 ei
250 g bloem
100 g koude boter, in blokjes
12 g suiker
5 g zout
een taartvorm met een niet te lage rand

Voor de vulling
300 à 350 g krieken op sap (bokaal, uitgelekt gewicht) of 500 g krieken uit de tuin
4 el vlierbessen
1 el maïzena

Voor de afwerking
1 eierdooier
1 el melk
een borsteltje

Tip
Reken op een half uurtje werk, een uurtje rusttijd (voor het deeg) en een half uur baktijd. Mja, zo’n taart is natuurlijk sneller opgegeten dan gemaakt.

Instructies

De bereiding voor de deeg
Los de gist op in het water en kluts er het ei bij.

Doe samen met de rest van de ingrediënten in de keukenrobot en meng heel kort: je moet de stukjes boter nog zien zitten.

Laat minstens een uur rusten in de koelkast, tot de boter weer hard is.

Maak ondertussen de vulling.

De bereiding voor de vulling
Gebruik je verse krieken uit de tuin, ontpit ze dan eerst en zet ze net onder in een lichte siroop (verhouding 1 l water op 80 g suiker). Laat even opkoken, eventueel met een klein mespuntje kaneel en zakje vanillesuiker, naar smaak. Laat afkoelen.

Giet het sap van de krieken (uit bokaal of gestoofd) af en houd 200 ml sap over.

Verwarm daarvan 150 ml in een pannetje.

Los de maïzena in de overige 50 ml op en giet al roerend bij het warme sap. Laat afkoelen.

Voor de afwerking
Rol het deeg open op een bebloemd werkblad, tot je een rond vel hebt dat een paar centimeter groter is dan de taartvorm.

Leg een stuk bakpapier in de vorm, drapeer er het deeg over en duw het goed tegen de rand aan.

Rol de overhangende randen in één beweging met de deegrol af.

Strijk de rand in met een mengeling van een eierdooier en melk (‘doreren’), daardoor gaan de reepjes deeg die er als versiering op komen beter kleven.

Duw alle restjes weer bijeen tot een bolletje, rol het uit en snijd er met een gekarteld rolletje of een pizzasnijder reepjes van 1 cm diameter en 6 cm lang van.

Duw de aanzet van een reepje tegen de bovenste rand van de taart, laat het in een boogje doorhangen en duw het andere uiteinde 4 cm verder weer vast tegen de rand. Start een tweede boogje in het midden van het eerste en leg zo alle reepjes verder, tot de hele rand bedekt is met elkaar overlappende boogjes deeg. Het mag flink belegd zijn: een krieken-vlierbessentaart met zoveel sap heeft een dikke, stevige rand nodig.

Strijk ook de boogjesrand met de mengeling van eierdooier en melk nog eens in, voor een mooi glanzend effect.

Zet de taartvorm met het deeg terug in de koelkast, tot de boter weer hard is. Doe je dat niet, dan krimpt het deeg tijdens het bakken en loopt het kriekensap eruit.

Verwarm de oven voor op 170 °C.

Haal de taart uit de koelkast en strooi er de krieken en de rauwe vlierbessen op. Giet het sap erover.

Bak 18 minuten en laat afkoelen.